De H. Antonius van Padua kerk vlak na de oplevering in 1950.
De Antonius school in Veulen jaren '30
Cafe van Gassel, hier nog zonder zaal.
Het personeel van de steenfabriek te Veulen.
Hennen voeren bij Grad Reintjes 1931
Dorsen bij Kusters en Koopmans 1934

Geschiedenis van Veulen.

De vroegste keer dat Veulen in annalen genoemd wordt, is in 1422. Met Kerstmis van dat jaar ging Goert van Voerle (d.i. Geert van Veulen) na de nachtmis naar het huis van Sibbe Henselmans in Venray om zich bij de haard te warmen en met zijn vriend te praten. Goert van Voerle betreurde het diep, dat in 'Ray' (Venray), zo'n schoon dorp, nog geen zusterhuis was om goedwillende maagden te helpen God te dienen en het volk een voorbeeld te geven. Sibbe Henselmans had dezelfde mening. Samen besloten zij om in Venray een klooster te stichten. Henselmans had een deugdzame dienstmaagd en een dochter die wel een devoot leven wilden leiden. Goert van Voerle bracht zijn 13-jarige dochter Metken in en deze drie vormden het prille begin van wat later het klooster Jeruzalem zou worden.Eeuwenlang woonden in Veulen maar een klein aantal mensen, die op schrale keuterijtjes hun kost verdienden. Uit archiefstukken blijkt dat er in 1628 in Veulen 8 boerenbedrijfjes waren.

Plattegrond kern Veulen 1970

Rond 1910 was dit aantal gegroeid tot 13. Dit waren veelal gemengde bedrijven. Er werden granen, vlas en aardappelen verbouwd. Ieder bedrijf had een paard, enkele koeien, wat kippen, varkens, (soms veel) schapen en bijen. De opbrengsten waren niet hoog, maar de kosten ook niet. Gemechaniseerd was er nog bijna niets en arbeid was erg goedkoop. De bedrijven voorzagen zo veel mogelijk in hun eigen behoeften. Zo lag er bij iedere boerderij een moestuin en een boomgaard.

Vollenberg Pláts

Ontginning
In het begin van de 20e eeuw lagen alle Veulense boerderijen aan de huidige Veulenseweg. De laatste boerderij was de 'Vollenberg pláts', nu ligt deze boerderij in het centrum van Veulen (Veulensweg 55, Marc Spreeuwenberg). Na deze boerderij begon de Peel, die bestond uit onbegaanbare veenvlaktes en heidevelden. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veranderde de situatie ingrijpend: de Peel werd ontgonnen. De eerste Veulense ontginners waren Frans Aarts en Driek Schreurs. De ontginning van het Peelgebied waarop het buurtschap Veulen tot verdere wasdom kwam, geschiedde echter grotendeels in opdracht van Theodoor Jaeger (1867-1954). Deze Duitse landbouwdeskundige kocht in 1919 circa 295 hectare heidegrond van de gemeente Venray. Met grote voortvarendheid wist hij dit stuk Limburgse Peel in cultuur te brengen. Het bleef niet bij ontginnen alleen. Jaeger liet een woonhuis met paardenstallen, graanschuren, een loods voor landbouwmachines, een smederij en een huis met kantoorruimte voor zijn bedrijfsleider bouwen. Dankzij zijn pionierswerk verrezen in de wijde omtrek boerderijen en groeide de Veulense bevolking tot enkele honderden.

Handboogschutterij
De eerste Veulense vereniging was de handboogschutterij. Deze werd in 1926 opgericht. De oefen locatie was café Manders (nu Veulenseweg 26), rond 1938 werd verhuisd naar café Van Gassel. De vereniging heeft jaren lang meer dan 40 leden gehad.

De schutters van Handboogschutterij "De Eendracht. Deze vereniging werd in 1926 opgericht en in dat jaar werden de doelen in Veulen geopend. Omstreeks 1938 gingen 14 schutters van Handboogvereniging De Eendracht uit Veulen per fiets naar een handboogconcours in Groesbeek. Deze foto is gemaakt op een tussenstop in Heijen. V.l.n.r.: Helm de Lauw, Wiel van Ool, Harrie de Lauw (bijna onzichtbaar), Jan Reintjes, Theo Vrede, onbekend, Karel Nabuurs, onbekende met glas aan de mond, Johan Nabuurs, Toon Smedts, Jan Kusters, Antoon van Ool, Louis Cox en Gerrit Kusters

School
De Veulense jeugd ging in Leunen naar de lagere school. Door de groeiende bevolking ontstond de behoefte aan een school in Veulen. Hiertoe werd in 1928 een vereniging voor een Veulense lagere school opgericht. Deze vereniging werd tegengewerkt door Leunen, de rooms-katholieke kerk, B&W van Venray en de gemeenteraad. Pas bij de Gedeputeerde Staten en de Kroon haalde Veulen zijn gelijk, zodat een school kon worden gebouwd. In april 1931 werden de eerste lessen gegeven door schoolhoofd Coenders en juffrouw Dirckx. Er werd begonnen met 73 leerlingen.

Tweede Wereldoorlog
Door verschillende omstandigheden is Veulen diep verwikkeld geraakt in de tweede wereldoorlog.
In de eerste plaats was er het 'Duitse kamp' dat aan de Veulenseweg op de grens met Leunen lag. Britse bommenwerpers voerden veel bombardementen uit op Duitse steden en fabrieken. Duitse jagers dienden deze bommenwerpers neer te halen. Vanuit het kamp in Veulen werden jagers van het vliegveld Venlo naar geallieerde bommenwerpers geleid. De benodigde informatie kwam van een radarinstallatie in De Rips en later ook van het Patersklooster in Venray, waar bommenwerpers werden gepeild. De Luftwaffe had enkele tientallen van deze gevechtleidingsposten (van Denemarken tot Noord-Frankrijk), de post in Veulen was een van de meest succesvolle.
Als tweede was er de boerderij 'Eykenhof' die een belangrijke rol in het verzet speelde. Hier werden tientallen neergeschoten geallieerde piloten opgevangen totdat deze via de 'pilotenlijn' veilig naar Engeland konden terugkeren. De familie Van Staveren heeft voor dit gevaarlijke verzetswerk diverse binnen- en buitenlandse hoge onderscheidingen ontvangen.
Het meest te verduren van de oorlog kreeg Veulen tijdens de bevrijding. Op 18 oktober 1944 werd het westelijk deel van Veulen, dat aan Ysselsteyn grenst, bevrijd. Pas op 23 november werd de rest van het dorp bevrijd. In de zes weken dat Veulen in de frontlinie lag, is meer dan de helft van de Veulense huizen verwoest of zwaar beschadigd. Van de 72 Veulense huizen bleef slechts één huis onbeschadigd. Tijdens de gevechten om Veulen te bevrijden sneuvelden 30 Britse militairen. Aan Duitse kant vielen minimaal 12 militairen, maar waarschijnlijk veel meer. In totaal kwamen 11 Veulense burgers door oorlogsgeweld om het leven.

Kerk
De Veulense gelovigen waren aangewezen op de kerk in Leunen. Vanwege het gebrek aan vervoermiddelen tijdens de oorlog werd het voor de Veulenaren steeds moeilijker de kerk in Leunen te bezoeken. Om de Veulense mensen toch in staat te stellen de H. Mis te bezoeken, werd door kapelaan J. Verbugt 's zondags in zaal Van Gassel, die als noodkerk fungeerde, de H. Mis opgedragen. Behalve door Veulense gelovigen werden de H. Missen ook door onderduikers en neergeschoten geallieerde piloten (die ondergedoken waren bij Van Staveren) bezocht.
Na de oorlog wilden de Veulense gelovigen meer: een H. Mis op de eerste vrijdag van de maand en op hoge feestdagen, een eigen geestelijke en een eigen kerkgebouw. De eerste stap tot een eigen kerk was de oprichting van het rectoraat Veulen op 1 augustus 1946 door het Bisdom in Roermond. Hierbij werden de grenzen van dit rectoraat, waarvoor de parochies Leunen en Ysselsteyn grondgebied afstonden, vastgesteld. Vanaf dat moment werd dagelijks door Rector Verbugt een H. Mis in zaal Van Gassel opgedragen. Voor de bouw van een kerk was een fonds van ƒ 20.000,- vereist. Dit bedrag werd binnen veertien dagen door de inwoners van Veulen bij elkaar gebracht, mede dankzij ontginner Jaeger die 3 hectare grond ter waarde van ƒ 4.500,- schonk. Eind 1948 werd begonnen met de graafwerkzaamheden en op 18 december 1949 werd de kerk ingezegend. Het was de eerste nieuw gebouwde kerk in Limburg van na de oorlog.

Verenigingen
Doordat Veulen steeds meer een zelfstandig dorp werd, ontstond de behoefte aan eigen, Veulense verenigingen. Zo ontstonden tussen 1945 en 1960 de volgende verenigingen: de toneelvereniging, de carnavalsvereniging, de boerinnenbond (de latere L.V.B.), de ouderenvereniging, de Jonge Garde (de latere jeugdclub voor meisjes), de Jonge Boeren en de Jongeren Gemeenschap. Deze laatste twee fuseerden later tot de K.P.J.
Midden jaren zestig werden zowel de handboogschutterij als de toneelvereniging rustend gemaakt wegens een gebrek aan belangstelling.
In de jaren zeventig ontstonden de dorpsraad, de verenigingsraad, de biljartclub, de autocrossclub, de café-voetbalclub en de jeugdclub voor jongens. Deze laatste club fuseerde in 1982 met de jeugdclub voor meisjes. Begin jaren tachtig werd de joekskapel opgericht en rond 1990 de twee buurtverenigingen die Veulen rijk is.
In de zomer van 2001 werd, wegens het gebrek aan voldoende belangstelling, de K.P.J. opgeheven.

Verenigingsgebouw
Voordat er een verenigingsgebouw was, vergaderden de vrouwen en meisjes, verenigd in de Boerinnenbond, Jongeren Gemeenschap of B.J.B. in het zaaltje boven de sacristie van de kerk. De mannen en jongens verenigd in de handboogschutterij ‘De’Eendracht’, de Carnavalsvereniging ‘ ’t Dartele Veulen’, de eiervereniging ‘St. Antonius’, Jonge boeren of K.P.J. kwamen bijeen in het café.
Er was duidelijk behoefte aan een eigen onderkomen, vooral voor de jeugd. Bij de gemeente werd hiervoor een verzoek ingediend en op 26 oktober 1975 werd het eerste sobere verenigingsgebouw door de in Veulen wonende wethouder Jo van Oers geopend. Dit houten gebouw stond net achter het kerkhof op de hoek van het huidige trapveldje en de vloer was gemaakt van trottoirtegels. Voor een passende naam was een prijsvraag uitgeschreven. De naam ’De Hoefslag’ werd ingezonden door Gerrit Reintjes Lorbaan (Hzn) en als meest geschikte gekozen uit diverse inzendingen. In oktober 1982 is dit gebouw daar afgebroken om vervolgens, in verkleinde uitvoering, dichtbij het voetbalterrein aan de huidige Voerleberg weer opgebouwd te worden. Daar heeft het jaren dienst gedaan als kleedlokaal voor het cafévoetbal. In het voorjaar van 1987, toen de fam. Timmermans-Jacobs dit bouwperceel kocht om er een woning op te bouwen, is het afgebroken.
In de loop van 1982 is het tweede verenigingsgebouw geplaatst. Dit gebouw kwam uit Lekkerkerk. Daar was een hele stadswijk gebouwd op een vuilnisbelt waarvan de grond vergiftigd was. De bebouwing werd afgebroken en de giftbelt afgegraven. Het gebouw deed daar dienst als noodschool. Aanvankelijk was voor een nieuw gemeenschapshuis in Veulen anderhalve ton beschikbaar. De gemeenteraad maakte daar waarschijnlijk onder het motto ‘het kan beter aan de laatste mankeren dan aan de eerste’, 70.000,- gulden van en werd het dus een tweede-hands houten gebouw in plaats van een nieuw gebouw van steen. In de notulen van de Dorpsraadvergadering van 13 juli 1982 kunnen we lezen dat het gebouw er dan al staat maar dat het nog ingericht moet worden. Blijkbaar was de ruimtenood hoog want in de notulen van de Dorpsraadvergadering van 14 september 1982 staat dat het gebouw zijn voltooiing nadert en dat de vrouwenbond nog in diezelfde week daar de eerste vergadering zal houden. Voor de inrichting van het gebouw werd een rondgang door het dorp gehouden. Symbolisch kon men een stoel schenken (f 25,-) of een tafel (f 100,-) of een vrije gift geven. Uit de notulen van 26 oktober 1982 blijkt dat deze rondgang ongeveer f 4000,- opgeleverd had! Op 6 maart 1983 werd het nieuwe verenigingsonderkomen wederom door wethouder Jo van Oers officieel geopend. Aansluitend werd de nieuwe aanwinst door Rector Hoogers ingezegend en werd er open huis gehouden. Voor de vele bezoekers was er gratis koffie. Ook dit gebouw kreeg de naam ‘De Hoefslag’. Rond de millenniumwisseling was dit gebouw compleet 'op' en was aan vervanging toe. Na jarenlang overleggen, subsidies aanvragen, bouwlocatie bepalen werd in 2004 begonnen met de bouw van een nieuw verenigingsgebouw. Deze kwam te liggen tegenover de lagere school. Op 28 oktober 2005 werd de derde Hoefslag geopend.
Van 'Hoefslag' no.2 waren achtereenvolgens de beheerders, Toon Bexkens, Toon Jacobs en Jeu Sonnemans.
Van 'Hoefslag' no.3 is Ciel Reintjes-Kronenberg de eerste beheerder.

Hoefslag nummer één 1975

Hoefslag nummer twee 1982

Hoefslag nummer drie 2005

Verkeersveiligheid
Na een jarenlange actie door dorpsraad, schoolbestuur en ouderenvereniging kreeg Veulen in 1986 een door Gedeputeerde Staten van Limburg vastgestelde bebouwde kom. Het was de Veulenaren vooral te doen om de bijbehorende snelheidsbeperking tot 50 km om de veiligheid in het centrum van Veulen te vergroten. In de jaren negentig is de veiligheid verder vergroot door het leggen van drempels bij de ingangen van het dorp, een verhoogd kruispunt bij de kerk en het plaatsen van 'Amsterdammertjes' rond dit kruispunt. Begin 2000 werd de hele bebouwde kom van Veulen 30 km zone, waardoor de maximumsnelheid in het centrum van Veulen in 14 jaar 50 km/uur lager is geworden. Begin 2009 werd het hele buitengebied 60 km zone.

Dorpsverfraaiing
Nadat in 1984 een monument ('Phlipse pumpke') en in 1989 een informatiebord in Veulen werden geplaatst, is vooral in de jaren negentig veel werk gemaakt van dorpsverfraaiing. Het kerkplein en het plein achter de kerk werden verhard, het plein voor de kerk werd opgeknapt en in het centrum van Veulen werden een kunstwerk ('drinkend veulen'), een vijfarmige lantaarn, een vlaggenmast en een richtingaanwijzer geplaatst. Ook werd een plantsoen aangelegd. In 2001 werd zowel voor de school als rond het speelterreintje op De Vlies (de 'Poetjesplats') een hek geplaatst.

Het Phlipse pumpke, ooit de enige plek waar water te krijgen was. Deze pomp staat op het pleintje op de Vlies en herinnert aan vroeger tijden toen op deze plaats een pomp stond. Deze pomp gaf altijd water, ook als andere pompen in Veulen geen water meer gaven. Dit monument werd op 8 juli 1984 onthuld. Ter gelegenheid van de onthulling van het monument 'Phlipse pumpke' beschreef Veulenaar Harrie Janssen z'n herinneringen aan het oude 'Phlipse pumpke' in een gedicht.

sculptuur 'Drinkend Veulen' ter afsluiting van de renovatie van het dorpsplein in Veulen. Het beeld werd gemaakt door Goke Leverland uit Sassenheim. Gerrit Reintjes had het beeld in 1992 op de Floriade zien staan en wist het naar Veulen te halen. Het kunstwerk stelt een pas geboren, bij zijn moeder drinkend, veulen voor. Het beeld werd op 15 september 1996 aan de overzijde van het plein op een sokkel geplaatst.

Copyright © Alle rechten voorbehouden VHH 2020